correctie verleden tijd 1

Oefening 1

1.      Waarom luidde de koster gisteren zo lang de klokken? (luid+de; de koster is enkelvoud)

2.      Die fabriek brandde na de explosie tot de grond toe af. (brand+de; die fabriek is enkelvoud)

3.      Die wedstrijd verloren de voetballers van Sparta met grote cijfers. (klankverandering

4.      Vergoedde je broer de schade die hij toegebracht had? (vergoed+de; je broer is enkelvoud)

5.      De rector van de school betreurde de hele gang van zaken. (betreur+de; de rector is enkelvoud)

6.      Bij die explosie barstten heel veel ruiten. (barst+ten; heel veel ruiten is meervoud)

7.      Johan lachte toen hij mij daar zag staan. (lach+te; Johan is enkelvoud. zag = klankverandering)

8.      De scheidsrechter leidde de wedstrijd op een heel vakkundige manier. (leid+de; de scheidsrechter is enk.)

9.      Die chauffeur reed vroeger altijd veel te hard door het dorp. (klankverandering)

10. Hoe bereidde jouw tennispartner zich voor op dat toernooi? (bereid+de; jouw tennispartner is enkelvoud)

11. Er werd jou vroeger nooit iets gevraagd. (klankverandering)

12. De skiër vermeed tijdens de afdaling in de mist elk risico. (klankverandering)

13. Waarom beantwoordde hij mijn e-mail niet? (beantwoord+de; hij is enkelvoud)

14. Dat leger streed wekenlang om de stad te bezetten. (klankverandering)

15. De boter smolt meteen in de pan. (klankverandering)