Literatuur‎ > ‎

Over de liefde

Over de liefde - Doeschka Meijsing  (2008)

  • woensdag 20 februari
  • |Kel Koenen

In Over de liefde wordt een vrouw verlaten: haar derde lange liefdesrelatie is stukgelopen, zonder dat zij een idee heeft waardoor, door wie of waarom. Voor de zoveelste keer in haar leven is zij alleen, in de steek gelaten, op de rand van een depressie.

Dan overkomt haar een ernstig ongeluk, waaraan ze een gaatje in haar geheugen overhoudt: hoe gebeurde dat ongeluk? De zoektocht naar wat de hersenen voor haar versluierd willen houden, leidt haar terug naar haar jeugd, toen ze voor de allereerste keer verliefd was.

Doeschka Meijsing werd in 1947 in Eindhoven geboren. Ze groeide op in Haarlem, waar ze achttien jaar woonde en naar het gymnasium ging. Lezen was haar grote passie, maar ook begon ze al vroeg met schrijven. Ze werd geïnspireerd door Françoise Sagan, die op haar achttiende een roman schreef die haar direct beroemd maakte (Bonjour Tristesse 1954). In 1969 publiceerde Doeschka Meijsing een verhaal in het literaire tijdschrift Podium. Vijf jaar later debuteerde ze met De hanen en andere verhalen. In 1981 werd Tijger, tijger (1980) bekroond met de Multatuliprijs. Doeschka Meijsing publiceerde onder meer in Podium en De Revisor. Naast romans publiceerde ze bundels verhalen, gedichten en essays. 
 

Fragment uit Over de liefde: Doeschka Meijsing - Over de liefde

In een cel
 
Dit verhaal begint met een dvd die op een dag in mijn brievenbus werd gegooid. Hoewel ik de eerste weken vergat hem te bekijken, zou de inhoud ervan mijn gedachten weer lange tijd door elkaar schudden, alsof er al niet genoeg met mij was gebeurd.
 
De dvd behelsde een documentaire en werd me door een zekere 'Jan' bezorgd, die via een in het cellofaan gestoken kaartje, dat me verhinderde met één oogopslag kennis te nemen van de inhoud, liet weten dat hij het belangrijk vond dat ik ernaar keek. Toevallig kende ik maar twee Jannen op deze wereld, nog uit mijn studententijd, en ik wist zeker dat het handschrift op het kaartje van geen van beiden was.
 
Ik besteedde er verder geen aandacht aan, want ze konden wel zoveel in je brievenbus gooien waar je niet om had gevraagd, en de wereld probeerde al zo opdringerig van alle kanten je aandacht te vangen dat je je het beste van tijd tot tijd als een leeuw in de woestijn kon terugtrekken. De afgelopen jaren was ik genoeg door elkaar geschud en nu ik eindelijk de vlakte had bereikt, moest ik eerst maar eens mijn wonden likken. Die waren diep en stinkend.


 

Comments