Woordsoorten‎ > ‎

Zelfstandig werkwoord - hulpwerkwoord - koppelwerkwoord

Een zelfstandig werkwoord kan zelfstandig een werkwoordelijk gezegde vormen. Het is een werkwoord met een betekenis
 
•   De hond luistert naar zijn baas.
•   Ik fiets iedere dag.
•   Het ijs smelt.

Een hulpwerkwoord vind je altijd samen met een zelfstandig werkwoord. Bij de hulpwerkwoorden hebben, zijn en worden is dit een voltooid deelwoord.
•   Zij heeft gespeeld.
•   Hij is gevallen.
•   Hij wordt gezocht.
Bij de hulpwerkwoorden kunnen, willen, zullen, mogen, moeten en hoeven is dit een infinitief.
 
•   Zij kan mooi viool spelen.
•   Hij mag niet vallen.
•   Hij wil niet zoeken.

 

 
Een koppelwerkwoord vormt samen met een naamwoord een gezegde. Een koppelwerkwoord kan niet alleen een gezegde vormen. De koppelwerkwoorden zijn: zijn, worden, blijven, lijken, blijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen.
•   Jaap is ziek.
•   Het meisje lijkt moe.
•   Mijn vader wordt boos.