Grammatica‎ > ‎

Die, dat of wat

De verwijswoorden die, dat en wat

 

Die verwijst altijd naar een “de-woord”:

·      mannelijk

·      vrouwelijk

·      meervoud

 

Ik zou wel verkering willen met de jongen die ik gisteren ontmoet heb.

De vrouw van mijn dromen? Die moet nog geboren worden.

Ik heb een oude auto, maar die doet het nog goed.

Van al deze fietsen ziet die van mij er nog het beste uit.

Kinderen die niet weten hoe ze zich moeten gedragen, kunnen beter thuis blijven.

 

Dat verwijst altijd naar “het-woorden”. (onzijdig)

Daar loopt weer zo’n meisje dat niet weet dat ze wordt gefilmd.

Dit is echt een gedicht dat ik graag zou willen voordragen.

 

In de spreektaal wordt hier heel dikwijls wat gebruikt, in de schrijftaal is dit nog niet gebruikelijk, zeker niet in officiële stukken.

 

Wat gebruik je in de volgende gevallen:

1.  Als je het kunt vervangen door datgene wat:Ze moeten doen wat wij opdragen.

     (Ze moeten datgene doen wat wij opdragen.)

 

 

2.  Als het verwijst naar de hele voorafgaande zin.

Ze gaan volgende week naar Zwitserland, wat we wel een buitenkansje mogen noemen.

Hij vroeg mij ten dans, wat ik heel leuk vond.

 

3.  Als het verwijst naar een onbepaald voornaamwoord of een onbepaald telwoord.

Alles wat ik wil…….

Er is maar weinig wat we niet kunnen missen.

Is er soms iets wat we voor U kunnen doen?

Er is niets wat je nog kunt doen.

Er is weinig wat jullie voor me kunnen doen.

Veel van wat ik weet, heb ik niet op school geleerd.

 

4.  Na een overtreffende trap.

Het leukste wat ik ooit heb meegemaakt…..

Het mooiste wat ik ooit gezien heb.

 

Maar: Het mooiste boek dat ik ooit gelezen heb.

 

Ook: Het eerste wat me opviel was haar zwarte haar.

Dat is echt het laatste wat ik van hem verwacht had.

 

5.   Na een zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord.

Het mooie wat daaruit naar voren komt……

Het gekke wat sommige leerlingen hebben…..

 

Verwijswoorden worden vaak slordig gebruikt.

Kijk maar eens naar de volgende voorbeelden.

 

1.   De Oost-Duitsers staren zich nu blind op de volle schappen in de winkels,

      maar omdat de economie daar nog niets voorstelt,

      kunnen maar weinigen iets van luxe kopen.

 

2.   Daar komt bij dat de dam wordt gebouwd bij de stad V., voor iedere Hongaarse familie de plek waarin de wortels van hun tradities en hun cultuur liggen.

 

3.   De Palestijnse bevolking is door de joodse kolonisten zo getergd, dat zij nu hun kinderen stenen en brandbommen laten gooien.

 

4.   Het team heeft haar tactiek gewijzigd.

 

5.   Voorzover wij weten heeft de Engelse koningin geen postzegelverzameling aangelegd van Nederland en haar overzeese gebiedsdelen.

 

6.   Een encyclopedie, dat veroudert heel snel.

 

7.   Beenhakker stelt graag dat hij Real Madrid gemaakt heeft tot wat het nu is, tot Koninklijke Madrilenen, die alles gewonnen hebben, maar in feite heeft hij  in al die jaren gedreven op het werk van zijn voorgangers.