Grammatica‎ > ‎

Te danken aan - te wijten aan

Te danken aan = iets positiefs. De bergbeklimmer dankte zijn redding aan de oplettendheid van de helikopterpiloot. Dat moooie resutaat heb je te danken aan je inzet.
 
Te wijten aan = iets negatiefs. De bank wijt de zware koersval aan onzekerheid bij de beleggers.
                                            Die nederlaag heeft de coureur helemaal aan zichzelf te wijten.