Werkwoordspelling‎ > ‎Verleden tijd‎ > ‎

correctie verleden tijd 4

Oefening 4

 

 

De tanden van de vampier (Roland Topor)

 

De wind huilde door de cypressen. moeizaam kwam professor Van Gunt vooruit. In zijn rechterhand hield hij een zwart tasje en zijn linkerhand had hij nodig om zijn door de storm bedreigde hoge zijden hoed te beschermen. Ergens jankte een hond en de maan werd rood.

"Echt een weertje voor vampiers," mompelde de professor.

Hij hield het handvat van de zwarte tas stevig vast. Hij was niet bang voor vampiers. Hij had er in zijn leven al zoveel uitgeschakeld dat er niet veel meer over konden zijn.

Voor hem verhief zich een indrukwekkend gebouw. Wie het zwakke lichtschijnsel dat door een van de vensters naar buiten viel niet gezien had, zou menen dat het leeg en verlaten was.

Even maar liet Van Gunt zijn hoofddeksel los om op de deur te kloppen. Na een eindeloze tijd van wachten klonk er gerinkel van kettingen en ging de deur piepend open.

Op de drempel stond een stokoude, woest uitziende man.

"Zou U een verdwaald reiziger gastvrijheid willen bieden?" vroeg Van Gunt.

De grijsaard gaf door middel van een gebrom zijn toestemming te kennen. Hij deed een stap opzij om de ander door te laten.

Toen hij de woonkamer binnentrad, waar vlammende houtblokken griezelige schaduwen op de muren tekenden, zag Van Gunt dat er allemaal catalogi op tafel lagen.

"Bent U filatelist?"

De oude man sidderde.

"Hoe minder men over bepaalde zaken spreekt, hoe beter het is."

Ze zeiden geen woord meer tegen elkaar, totdat de professor in een ijskoud, maar goed ingericht vertrek was geïnstalleerd.

Weldra sliep Van Gunt in.

Door een afschuwelijke gil schrok hij wakker. Zonder zich de tijd te gunnen zich aan te kleden, stormde hij naar de huiskamer.

De oude man lag, beschenen door het licht van het uitdovende vuur, op de grond. Met schrik constateerde Van Gunt dat hij volkomen leeggebloed was. Twee tekens in zijn hals gaven aan hoe dat in zijn werk was gegaan.

"Een vampier," sprak de professor met gesmoorde stem.

Hij bukte zich om een postzegel op te rapen die uit een van de albums gevallen was. In de tanding bevonden zich twee monsterachtige, grote, spitse, met bloed bevlekte tanden. De voorstelling was die van een man met een krankzinnig wreed gezicht.

"Graaf Dracula!"

 Van Gunt zocht in zijn tasje, dat hij voor alle zekerheid meegebracht had. Hij haalde er een houten tandenstoker uit, waarmee hij de postzegel op de plaats van het hart doorstak.

De afbeelding van graaf Dracula werd wazig en verdween ten slotte helemaal.

De professor maakte zich meester van de postzegelverzameling en nu hij toch bezig was, nam) hij het familiezilver ook maar mee.