Literatuur‎ > ‎

Rijm

Dichters maken op allerlei manieren gebruik van verschillende soorten rijm.

 
 
Bij rijk rijm wordt een woord herhaald. (gaan - gaan)

 

Bij halfrijm hebben we twee mogelijkheden:

1. de klinkers rijmen.................lamp/brandt; (klinkerrijm)

2. de medeklinkers rijmen.........tafel/griffel. (acconsone­rend rijm)

 

Volrijm: ploert/loert

 

Dan kennen we ook nog het zogenaamde visueel rijm. De overeen­komst zit dan niet in de klank, maar in de spelling van de woorden. Bijvoorbeeld:

 

            OP EEN KOE

           

            Een koe te Moskou sprak: Een koebel

            kost anderhalve roebel

            En weet je wat ik heb ontdekt?

            Een aardig klokkenspeleffect

            bereikt men door met drie bellen

            geweldig te gaan wiebelen. (Kees Stip)  

 

a) BEGINRIJM: ALLITERATIE,STAFRIJM OF GERMAANS RIJM

    Bijv. Leentje leerde Lotje lopen langs de lange Lindelaan.
 
    In de reclame maakt men graag gebruik van alliteratie:
    . heerlijk helder Heineken!
    . het bier is weer best!

 
 

b) EINDRIJM

    mannelijk eindrijm: gaan/staan. (Op de laatste beklemtoonde lettergreep volgt geen andere meer)

    vrouwelijk eindrijm: waaien/draaien (Na de laatste beklemtoonde lettergreep volgt nog een onbeklemtoonde)

    glijdend eindrijm: hinderen/verminderen. Na de beklemtoonde lettergreep volgen nog twee onbeklemtoonde lettergrepen.

 

c) KLINKERRIJM

    Alleen de klinkers rijmen:

            Het waren twee conincskinderen,

            Si hadden malcander so lief;

            Si conden bijeen niet comen.

            Het water was veel te diep.

 

d) ACCONSONEREND RIJM

   Alleen de medeklinkers rijmen:

            Ter eene en andere zijde rondt zich de kling der kust

            Naar een vervloeiden einder van zee, lucht, land en mist.

            (J.C. Bloem)

 

 

   RIJMSCHEMA'S:

 

1. slagrijm: a a a a (alle eindklanken van de verschillende versregels rijmen op elkaar)

 

2. gekruist rijm: a b a b  

 

 

            Wilhelmus van Nassouwe....................... a

            Ben ick van Duystschen bloet,................b

            Het Vaderlandt getrouwe.........................a

            Blijf ick tot inden doet.............................b

3. gepaard rijm: a a b b c c enz.

 

   Denk daarbij ook aan sinterklaasversjes, zoals het volgende:

   Sint heeft lang moeten denken

   wat hij jou dit jaar moest schenken.

   En na lang te hebben nagedacht

   Vond hij iets wat je zeker niet verwacht.

   enz.

 

Maar we vinden dit natuurlijk ook in "echte"gedichten:

 

            Ik waag mij haast niet in de straat

            waar gloeiend puin in 't donker staat.

            De wind loeit om een bouwvaltop,

            een schelle vlam schiet suizend op,

            belichtend, als in spotternij,

            de resten van wat huisgerei.

            Hier vond wie daglijks nam en gaf

            een ruw en eindloos massagraf.

            Het werk van hersens, hand en lust

            is even grondig uitgeblust.

 

3. omarmend rijm: a b b a

 

            De wereld scheen vol lichtere geluiden

            en een soldaat sliep op zijn overjas.

            Hij droomde lachend dat het vrede was

            omdat er in zijn droom een klok ging luiden. (Bertus Aafjes)

 

4. gebroken rijm: a b c b  of  a b a c

 

            Een salvo klinkt - de daad is slechts een kogel,

            en niemand weet, wie hen begraven zal, -

            tegen de eeuwigheid is het zo weinig,

            maar tweeënzeventig is hun getal.

 

5. verspringend rijm: a b c a b c