Grammatica‎ > ‎

Slordige verwijswoorden

Slordige verwijswoorden

 

1.   De Oost-Duitsers staren zich nu blind op de volle schappen in de winkels, maar omdat de economie daar nog niets voorstelt, kunnen maar weinigen iets van luxe kopen.

 

2.   Daar komt bij dat de dam wordt gebouwd bij de stad V., voor iedere Hongaarse familie de plek waarin de wortels van hun tradities en hun cultuur liggen.

 

3.   De Palestijnse bevolking is door de joodse kolonisten zo getergd, dat zij nu hun kinderen stenen en brandbommen laten gooien.

 

4.   Het team heeft haar tactiek gewijzigd.

 

5.   Voorzover wij weten heeft de Engelse koningin geen postzegelverzameling aangelegd van Nederland en haar overzeese gebiedsdelen.

 

6.   Een encyclopedie, dat veroudert heel snel.

 

7.   Beenhakker stelt graag dat hij Real Madrid gemaakt heeft tot wat het nu is, tot Koninklijke Madrilenen, die alles gewonnen hebben, maar in feite heeft hij in al die jaren gedreven op het werk van zijn voorgangers.